Robert de Ruiter  |
 |
Robert de Ruiter is hoofdredacteur van Release, Java Magazine, Optimize en .NET Magazine. Hij werkte voorheen onder meer bij het Economisch Dagblad, Nieuwsblad Transport en verschillende vaktijdschriften. Hij volgde een opleiding computertechniek en programmeerde zelf in PHP en Java. |
02 februari 2009 - De voor- en achterdeur
Dat de IT-sector de wereld op zijn kop zet was al wel duidelijk, maar dat ze ook aan onze etiquette komt realiseerde ik me pas kortgeleden. Toen ik werd opgevoed kwamen familie, gasten en vrienden door de voordeur en gingen de leveranciers achterom. Tegenwoordig schijnt het zo te zijn dat de ‘masters of IT’ - de architecten - aan de achterdeur hun werk doen, het werkvolk - de programmeurs - bij de voordeur hun kamp optrekken en bewoners – de klanten - buiten wachten tot het huis zo wordt opgeleverd als zij het eigenlijk niet wilden hebben.
U snapt het al. Ik gooi hier twee IT-controversies op een hoop: de front-enders en de back-enders, die er verschillende ideeën op na houden over de vraag waar nu eigenlijk het echte werk wordt gedaan en de stelling dat ‘software sucks’. Van dat laatste ben ik heilig overtuigd. Mijn zakelijke laptop is er het levende bewijs van. Het ding is pas een paar maanden oud en er staat niets bijzonders op. Vrijwel alle ‘benodigde’ software was voorgeïnstalleerd. Er aan toegevoegd zijn een simpel fotoprogrammaatje, een office-pakket, een teksteditor en wat verbindingsdingetjes. Dat zou toch geen problemen mogen opleveren. Dat had u gedacht.
Eén op de drie keer startte het apparaat niet normaal op. Eén op de zeven keer opende het mailprogramma met een foutmelding (en sluit weer af) en een op de vier keer ging het mis als ik van mail naar de agenda ga. Daar word je dus gek van. Gelukkig zijn er naast bouwers van grote applicaties ook software-reparateurs. Daaronder versta ik leveranciers van beveiligingssoftware en de vele opschoon-, versnellings- en hulpprogramma’s om de oorspronkelijke applicatie of het besturingssysteem beter te laten functioneren. Zo kreeg ik dezer dagen een ‘driverscanner’ toegestuurd, die beweerde al mijn achterhaalde drivers te kunnen opsporen, nieuwe drivers te downloaden en deze te installeren. Het resultaat is dat de laptop geen startproblemen meer heeft, sneller is geworden en ik nog geen foutmelding heb gezien sinds er dertien (!) drivers zijn vernieuwd.
Software sucks dus. Als het op mijn onbeduidende machientje al mis gaat, zal het met de systemen bij grote ondernemingen ook geen koek en ei zijn. De vraag is: wat doe je eraan? De achterliggende jaren is hier in de sector te weinig over gesproken. Ja, wel tegen elkaar, maar niet mét elkaar. Langzamerhand echter komende de voordeurdelers en de achterdeurdelers dichter bij elkaar. Of, zoals Cor Baars het elders in dit nummer bewoordt: architectuurstijlen en ontwerppatronen stijgen uit boven de technologieën om ze te implementeren.
Dat is een goede zaak, waar we graag aan willen meewerken. Hoe we dat gaan proberen leest u in het artikel van Cor op pagina 7. Wat we niet kunnen wegnemen zijn de verschillen in opvatting over de vraag welke taken in het front-end en welke in het back-end thuishoren. Een typische back-ender vertrouwde me laatst toe dat ‘al die Java- en .NET-jongens’ veel te veel aan het front-end trekken, terwijl het back-end het werk sneller en efficiënter kan doen. Ik moet hem gelijk geven. Binnenkort gaan we hier in Optimize enkele verhalen over opnemen, want deze man werkt met Oracle. In dit blad en in Java Magazine en .NET Magazine gaan we meer verbanden leggen tussen front-end en back-end. Om reparaties achteraf zo veel mogelijk te voorkomen.